dinsdag 14 februari 2017

Wat is denken? Met denken in gesprek.

Wat is het denken? Waarom produceert het denken zoveel gedachten? Wat heeft het denken nodig om te stoppen met piekeren? Dit en meer vragen in dialoog met het denken.

Ik:

Ik wil je leren kennen. Leg eens uit wat je doet en waarom.

Het denken (Het denken wil je gelukkig maken)

Mijn doel is om je gelukkig te maken. Ik doe dat door signalen zoals beelden, geluiden, gevoelens, smaken te analyseren. Ik haal herinneringen op, vergelijk met eerdere ervaringen, fantaseer en droom over een mogelijke toekomst en vervolgens geef ik signalen af zodat je keuzes kunt maken die je gelukkiger maken. Zodat je dat leven kunt leven wat jou voldoening geeft.

Ik:

Dus je wilt me gelukkig maken? Daar merk ik niet altijd iets van. Ik merk dat er soms veel gedachten zijn, soms piekeren, mijmeren en twijfelen. Dat is niet altijd even prettig.

Het denken (Het denken wil dat je luistert)

Ik wil dat je naar me luistert. Daarom herhaal ik de boodschap die ik je te vertellen heb. Dat is wat je piekeren noemt.

Ik:

Ik merk dat ik onrustig wordt van al die gedachten, verdrietig en soms boos en geïrriteerd. Daar wil ik vanaf.

Het denken (Het lichaam en denken zijn een):

Natuurlijk. Lichaam en geest zijn een. Het denken is het lichaam en het lichaam is ook het denken, wij zijn een. Zodra ik gedachten produceer, reageert het lichaam met gevoelens, sensaties of emoties. Zodra het lichaam signalen oppikt, reageer ik met gedachten. Die onrust komt omdat je me niet accepteert en naar me luistert. Zou je me accepteren, dan hoef ik ook niet al die gedachten te produceren en te herhalen.

Ik:

Ik luister wel! Ik ken alle gedachten die je stuurt. Die blijf je immers herhalen. Hoezo zeg je dat ik niet luister?

Het denken (Negeren leidt tot meer gedachten):

Je luistert half, zoals een kind luistert en toch zijn eigen zin doet. Je accepteert me niet. Heel vaak negeer je me of je vecht tegen de gedachten die ik produceer. Maar hoe meer je je best doet om me te negeren, hoe harder ik zal blijven roepen.

Ik:

Oke.........dus als ik luister naar je en de gedachten accepteer die er zijn, dan herhaal je geen gedachten meer en ben je rustig?

Het denken (Accepteer dat er gedachten zijn):

Niet helemaal. Ik sta in contact met het lichaam. Zodra het lichaam signalen oppikt zoals emoties, geluiden, onrust of iets anders, dan geef ik een signaal af. Ik zal altijd signalen af blijven geven. Dat immers wat ik doe. Ik merk op om je te helpen. Echter als je luistert hoef ik de gedachten niet te herhalen. Dat zou voor mij ook heel fijn zijn, dan kan ik eindelijk ontspannen.

Ik: 

Huh? Wil je ook ontspannen? Heb je daar ook behoefte aan?

Het denken (Het denken wil ontspannen)

Natuurlijk, ik wil graag ontspannen. Heerlijk om niets te doen en te zijn.

Ik:

Nou, daar wil ik je wel bij helpen. Wat kan ik doen? Hoe kun jij het beste ontspannen dan?

Het denken (Luister naar het lichaam EN de gedachten)

Het lichaam en de geest zijn een. Je moet dus ook het lichaam accepteren. Ik reageer op het lichaam en het lichaam reageert op mij.Wanneer je echt luistert, sta dan een momentje stil. Dus luister naar je gedachten, maar reageer er niet direct op. Luister naar je lichaam, echter reageer er niet direct op. Accepteer je lichaam en wat je voelt, verzet je er niet tegen. 
Immers wanneer je je verzet, registreer ik dat weer, wat weer leidt tot gedachten. Hoe meer je je verzet, hoe meer gedachten er zullen zijn. Wanneer je de gedachten en ook het lichaam accepteert, zal ik ontspannen.

Ik:

Oke, dus het lichaam en de gedachten accepteren. Dat snap ik. Vertel eens over het lichaam. Er zijn ook momenten dat ik niets voel, terwijl ik toch veel gedachten heb. Hoe werkt dat dan? Hoe kan ik mijn lichaam accepteren?

Het denken (Het denken helpt je bewust te worden wat je voelt en wie je bent)

Ik ben bezig met de toekomst en het verleden. Zoals ik al eerder zei, reageer ik nadat er gevoelens in je lijf zijn geweest. Dat jij er niet bewust van bent, wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Blijkbaar heb je op dat moment geen aandacht voor wat je voelt. Dat is precies de reden dat ik er ben. Je kunt aan de gedachten opmerken hoe het met je gaat. Ik help je bewuster te worden van wat je voelt zodat je komt te weten wie je werkelijk bent.

Ik:

Volgens mij voel ik vaak niets, terwijl ik toch veel gedachten heb. Of wanneer ik verlangens opmerk over de toekomst, krijg ik gevoelens van onzekerheid en twijfel of het wel gaat lukken. Gedachten en gevoelens volgen elkaar dan snel op.

Het denken (Het denken is bezig met toekomst of het verleden)

Ik ben bezig met de toekomst en het verleden. Zoals ik als eerder zei, reageer ik op de gevoelens in je lijf, maar ook op andere signalen die er zijn. Dat kan heel snel gaan, zeker wanneer jij niet met aandacht bent.

Het denken (Veel denken betekent dat er iets te voelen is)

Wanneer je veel gedachten hebt dan is er veel te voelen OOK al ben je daar niet van bewust. Je hebt de gedachten niet voor niets. Gedachten zijn signalen om op te letten. Mensen die veel piekeren, hebben ook veel gevoelens, anders zouden ze niet piekeren. Pieker je? Dan zou de vraag moeten zijn, wat wil ik niet voelen?

Ik

Je zegt dat je me gelukkig wilt maken. De twijfel, de verlangens en de irritatie dat bepaalde dingen er op dit moment niet zijn, maken me NU echt niet gelukkig.


Het denken (Denken en ervaren kan niet tegelijk)

Het lichaam en geest zijn een, toch kun je niet beiden tegelijk ervaren. Het is een keuze....of je denkt of je ervaart. Het denken is actief na of voor de ervaring. Ik kan immers pas achteraf de ervaring analyseren. Dus op het moment dat je je bewust bent van de hoeveelheid gedachten, dan zit je met je aandacht in je hoofd en niet in je lijf. Dan ervaar je niet wat er op het moment zelf gebeurt.

Ik:

Dus wat moet ik doen? 

Het denken (Laat de gedachten en gevoelens komen)

Ervaar wat er is. Wees in het nu. In het nu zijn er geen gedachten, dan kan ik lekker rusten. Heerlijk, ik kijk er nu al naar uit. Zo kunnen we elkaar helpen te zijn. Kun je zijn met wat je voelt en ervaart, dan kun je ook zijn met je gedachten. En als er een keer gedachten komen, laat ze komen, vecht er niet tegen. En als er een keer gevoelens zijn, laat ze er zijn.

Ik:

Dat is in de praktijk wel lastig. Ik reageer steeds op wat ik voel.

Het denken: (Het denken kun je trainen)

Ik ben getraind door jou. Ik ben meer dan dertig jaar gewend om te reageren op gevoelens van afwijzing en waardering. Het is aan jou om te luisteren, aanwezig te zijn en op te merken. Elk moment van de dag is een moment van aandacht en een moment dat je mij opnieuw kunt trainen.

Ik:

Ik kan moeilijk de gehele dag luisteren en opmerkzaam zijn. Dan gebeurt er toch niets meer?

Het denken (Het denken is een zintuig, maak het niet belangrijker dan het is)

Dat is een denkfout :). Je kunt luisteren en registreren wat er gebeurt. Als er een gedachte komt, kun je er ook naar luisteren. Het denken is ook een zintuig. Gedachten zijn signalen, net zoals geluiden, of gevoelens of geuren. Je hebt mij te belangrijk gemaakt. Je reageert vanuit automatisme op elke gedachte die er is. Je reageert toch ook niet op elk geluid? Je neemt alleen de tijd. Soms zijn er verschillende signalen en verschillende gedachten. Neem de tijd tot het antwoord van binnenuit komt. 




dinsdag 7 februari 2017

Weerstand. Hoe krijg ik een collega mee?

Afgelopen week had ik Loes in mijn training. Haar directe collega wilde een belangrijk project niet uitvoeren, ondanks dat deze prioriteit was gesteld door de directeur. Loes was verantwoordelijk voor dit project. In elk gesprek met haar collega ontstond alleen maar gezucht, ja-maar met tegenargumenten om uit te leggen dat dit project geen goed idee is. Er kwam geen beweging in. Wat te doen? Het kostte Loes veel energie. Ze keek op tegen de gesprekken met deze collega.

Onderzoeken van mogelijkheden om de collega mee te krijgen. 

Allereerst hebben we met de groep onderzocht wat de mogelijkheden waren om deze collega mee te krijgen.
  • Luisteren............................................................Loes zei: heb ik gedaan
  • Vragen stellen waarom ze niet mee wil.............Loes zei: heb ik gedaan
  • Op empathie zitten................Loes zei: dat werkt niet bij deze collega. Dan sneeuw ik onder.
  • Voorstellen doen...................Loes zei: heb ik gedaan
  • Goede argumenten geven.............Loes zei: heb ik gedaan 
  • Zeggen dat ze het moet doen........Loes zei: ik kan haar niet dwingen. 
  • Accepteren dat ze niet wil............Loes zei: kan ik niet. Het is mijn project.
  • Escaleren.........je schaalt op naar iemand hoger in de hiërarchie......Loes zei: dit heb ik gemeld.
Op alle antwoorden gaf Loes aan dat ze het gedaan had, toch kreeg ze haar collega niet mee. Mijn vermoeden was dat er iets mis was gegaan in de uitvoering. Ik dacht laten we dat eens onderzoeken. 

Valkuilen bij opstandige collega's

Loes luisterde wel, maar niet echt. De vragen die Loes stelde hadden een direct doel voor ogen om de collega te veranderen. Het waren geen vragen vanuit oprechte interesse. Ze was niet echt aan het luisteren, maar aan het nadenken welke volgende vraag ze zou kunnen stellen. Dit riep bij haar collega alleen maar meer weerstand op.
Tijdens een rollenspel bleek dat ze ook geen ruimte gaf aan haar collega. Loes zat voorop haar stoel, praatte snel met een harde stem, en onderbrak haar collega diverse keren. Er was goed te zien dat Loes gespannen was en dat dit gesprek haar veel energie kostten.

De grootste valkuil is om weerstand tegen weerstand te hebben. De hakken gaan hierdoor steeds verder in het zand. 
"Weerstand roept weerstand op. Met weerstand verander je geen weerstand."

Werkelijk ruimte geven om mensen mee te krijgen

We hebben Loes tips gegeven, zoals die hieronder staan, en we keken vervolgens naar de uitvoering en het effect op de acteur in het rollenspel. 
  • Geef jezelf de ruimte Ontspan en adem rustig. Ik gaf haar de suggestie om zich voor te stellen dat ze met haar beste vriend in de kroeg zat met een glaasje wijn. (dit was een grote uitdaging voor Loes, omdat haar neiging was direct weer in de actieve rol te gaan zitten)
  • Geef de ander de ruimte door te luisteren en non-verbaal door fysiek de ruimte te geven. Zit een beetje achteruit en stel vragen. Wees oprecht nieuwsgierig naar de ander en onderzoek wat iemand wil.
    • Hoe gaat het met je? (wees oprecht, anders werkt het niet)
    • Hoe komt het dat je dit project niet wilt doen?
    • Waarom is dit zo belangrijk voor jou? 
    • Wat heb je nodig (van mij) om dit project op te starten?

Positieve effecten van ruimte geven

Loes merkte dat ze haar collega nog steeds niet meekreeg, wat Loes ook niet had verwacht. Consequenties waren nu wel duidelijk. Er waren wel veel positieve resultaten. Het gesprek was nu heel ontspannen. Daarnaast kreeg ze heel veel informatie over de redenen waarom haar collega niet mee wilde werken. En het gesprek kostte haar geen energie meer. Ze zag niet meer op tegen gesprekken met haar.

De volgende stap was om vanuit ontspanning helderheid te krijgen. Te onderzoeken of je de ander mee kunt krijgen. 
  • Doe een voorstel of laat de ander met een voorstel komen. Zo kan de ander aangeven binnen zijn of haar eigen grenzen hoe de uitkomsten kunnen zijn. 
    • Waarom doe jij niet een voorstel hoe jij het zou willen? 
    • Ik stel voor dat je een keer met de directeur praat. Zou je dat prettig vinden?
  • Benoem wat je hoort, ziet en voelt. De ander voelt zich hierdoor gehoord en krijgt meer empathie voor je en is doorgaans eerder geneigd mee te bewegen.
    • Ik hoor dat ervan baalt dat je het druk hebt, klopt dat?
    • Je hebt er echt geen zin in, of niet?   
  • Geef consequenties aan.
    • Wees duidelijk. Uiteindelijk kan ze duidelijk aangeven, zonder in te emotie te schieten, dat dit project prioriteit had bij de directeur.
      En tevens dat ze met directeur zou bespreken (zonder te dreigen) welke afdelingen en personen niet mee wilde in dit project. Ze vroeg of dit niet vervelend voor haar was en of ze bij dit gesprek aanwezig wilde zijn. 
    • Rond het gesprek vriendelijk af.

In dit specifieke geval kreeg ze de collega mee door gesprekken met de directeur. Ze had het geleerde ook toe kunnen passen in andere situaties. Belangrijkste wat het opgeleverd had, was dat ze minder hard ging werken om mensen mee te krijgen. In de plaats van trekken, eerder meeveren, duidelijk zijn en grenzen aangeven. Resultaat was minder spanning en minder stress en toch resultaat.

Collega's niet meekrijgen

Soms krijg je collega's niet mee en is het trekken aan een dood paard. Wordt niet boos of ga in de weerstand, dat lost het niet op. Wees duidelijk en blijf vriendelijk, vooral naar jezelf. De bal moet nu neergelegd worden bij de directeur. Wanneer je op bovenstaande manier het gesprek aangaat, is de kans de relatie goed blijft het grootst.